pagina

Waar moet men op letten bij de pasvorm van de schoen?

Waar moet men op letten bij de pasvorm van de schoen?

Vrije ligging van de tenen in lengte, breedte en hoogte. De tenen mogen tijdens het lopen nooit de neus van de schoen raken.

Voor een goede afwikkeling van de voet moet het balpunt van de voet in het balpunt van de schoen liggen, wat tevens het diepste punt van de schoen dient te zijn.

De dikte van de loopzool is zodanig, dat er schokabsorptie op het niveau van de kopjes van de middenvoetbeentjes plaatsvindt.

De zool mag niet zo slap zijn als een rubber laars en niet zo stug als een klomp.

In de schoen moet een heel confectie voetbed liggen.

De wreefsluiting (veters) van de schoen past bij de wreefhoogte van de voet (holvoet hoge wreef, platvoet lage wreef enz.).

De teensprong moet in overeenstemming zijn met de hakhoogte, zodat de schoen goed draagt en afwikkelt.

Het contrefort (hielstuk) moet stevig zijn en overeenkomen met de hielronding.

Ter voorkoming van doorzakken in het geleng moet de schoen een cambreur (stalen -kunstof, verstevigd vlak in de lengte van de zool onder de hiel/middenvoet) bevatten.

Voor een goede vochthuishouding en warmteregulatie zullen de binnenzool, de schacht en de voering van de schoen van volnerf leer moeten zijn i.v.m. het ademen van de voet.

De hakhoogte moet aangepast worden aan het voettype (platvoet-lage hak, holvoet-hoge hak enz.). Voor holvoeten tussen de 2 en max. 4 cm hakhoogte, normale en platvoeten tussen 1 en 3 cm.